Boek over Mannelijkheid
Mannelijkheid is geen vaststaand of universeel gegeven. Zij bestaat bij de gratie van onze verbeelding, onze verhalen, onze taal en onze cultuur. Als we eigenlijk niet weten wat mannelijkheid precies is, hoe weten we dan wat mannen zijn? Hoe kunnen we dan jongens opvoeden tot mannen?
Dit boek beschrijft mijn eigen zoektocht naar mannelijkheid en hoe divers mannelijkheid eigenlijk is.
Ruim twee jaar geleden kregen mijn vrouw en ik een zoon. Zijn komst zette veel in gang. Niet alleen voor ons als ouders, maar ook voor mij persoonlijk. In mij borrelden vragen op over het vaderschap, over het hebben van een zoon, over ons beeld van jongens en mannen. Al snel realiseerde ik me dat veel van mijn vragen een onderliggend thema gemeen hadden: mannelijkheid.
Ik verdiepte me meer en liep tegen nog meer vragen aan. Wat betekent het om een man te zijn? Wat is mannelijkheid voor mij? Eigenlijk had ik geen idee. Voorbij de stereotiepe ideeën over mannelijkheid, had ik geen duidelijk beeld van wat mannelijkheid voor mijzelf inhield. Dat besef knaagde. En dus zocht ik verder. Dit boek is het resultaat van die zoektocht.
Tegelijkertijd lijkt de samenleving met een vergelijkbare worsteling bezig. In media en publieke debatten wordt veel gesproken over een ‘crisis van mannelijkheid’. Mentale gezondheidsproblemen onder mannen, spanningen in relaties en seksualiteit, de aantrekkingskracht van de manosphere en figuren als Andrew Tate en Jordan Peterson, en zelfs geweld tegen vrouwen worden vaak onder die noemer geplaatst. In dit boek betoog ik dat die diagnose tekortschiet. Mannelijkheid is niet in crisis. Wat onder druk staat, is een samenleving die worstelt met fundamentele onzekerheden – over identiteit, richting en betekenis – en die die spanning projecteert op mannen en op ideeën over mannelijkheid.
Wanneer een samenleving bepaald gedrag – zoals dominantie, competitie of agressie – beloont en aan mannelijkheid koppelt, ontstaat het beeld dat dit ‘typisch mannelijk’ is. Niet omdat mannen zo zijn, maar omdat zij leren dat dit van hen wordt verwacht. Dat beeld houden we in stand door de verhalen die we elkaar blijven vertellen.
Verhalen en ideeën zoals: mannen mogen niet kwetsbaar zijn en daarom geen emoties tonen. Terwijl het omgekeerde waar is. Het tonen van emoties vereist lef en kracht en maakt minder kwetsbaar.
Ik schrijf dit boek niet omdat ik de wereld wil veranderen, maar om mezelf beter te leren kennen. Om mijn zoon beter te begrijpen. Ik schrijf als vader van een zoon, als zoon, schoonzoon en kleinzoon. Mijn achtergrond als historicus, docent, coach en trainer helpen me daarbij. Niet als expert met oplossingen, maar als iemand die zijn eigen aannames heeft leren bevragen. Mijn persoonlijke reis fungeert als rode draad: ik neem de lezer mee in mijn zoektocht. Ik wil hem inspireren en uitnodigen zich te blijven verwonderen.
Ik schrijf dit boek met één specifieke lezer voor ogen. Dat is de man die, net als ik, voelt dat er iets knaagt. Die zijn leven ogenschijnlijk op orde heeft, maar geen helder antwoord heeft op de vraag wie hij is en hoe hij daarachter zou kunnen komen. Voor hem biedt dit boek geen antwoorden, maar wel richting, taal en ruimte om het niet-weten te verdragen en zijn eigen zoektocht aan te gaan.
Dit boek introduceert geen nieuwe definitie van mannelijkheid. Ik kan die definitie niet geven – en niemand kan dat. Wat ik wel kan doen, is laten zien hoe ideeën over mannelijkheid ontstaan, hoe zij doorwerken in ons denken en handelen, en hoe we ze kunnen bevragen. Man man man nodigt de lezer uit om voorbij culturele normen en vanzelfsprekendheden te kijken en een eigen onderzoek te starten.
Uiteindelijk pleit ik voor herwaardering. Voor mannen, voor mannelijkheid en voor het mens-zijn in al zijn complexiteit. Niet door één beeld te verheffen of te bestrijden, maar door zichtbaar te maken hoe onze dominante ideeën en overtuigingen ons denken sturen – en hoe bevrijdend het kan zijn om die ideeën los te laten.